In de commissievergadering ruimte en leefomgeving hebben diverse insprekers hun zorgen geuit bij de voorstellen Ruimtelijke kaders Laagveen en die van Broeklanden III. We begrijpen de zorgen, de ontwikkeling van een nieuwe locatie heeft gevolgen voor de omwonenden, voor de omgeving, voor de natuur en brengt een hogere verkeersdruk met zich mee.
Dit ruimtelijke kaders die we vaststellen zijn de basis voor de verdere uitwerking van de plannen. In het omgevingsplan wat daaruit voortvloeit willen wij de uitgewerkte kaders terugzien. Over locatie Broeklanden III is in de commissievergadering al besloten de kaders daarvan vast te stellen. Over het voorstel “Ruimtelijke kaders Laagveen” is nog verder doorgesproken in de raadsvergadering van 11 december. Daar hebben nog het nodige meegegeven aan het college om af te wegen bij de verdere plannen. Over hoe het industriegebied zich verhoudt met het naastgelegen parkgebied met bijzondere beplanting, het Pinetum en Arboretum. Welke gevolgen het heeft voor het landgoed IJsselvliedt? Maar ook, wat zijn de gevolgen voor de grondwaterstand in het gebied en voor de woonwijk Wezep-Noord, voor het al vergunde zonnepark op deze locatie. En kan überhaupt deze locatie wel ontwikkeld worden tegen aanvaardbare kosten?
Het gaat op dit moment niet om een finaal oordeel over of er wel of niet doorgegaan moet worden met deze plannen. De vraag bij locatie Laagveen en locatie Broeklanden III is of wij instemmen met verder onderzoek van de locaties met de genoemde ruimtelijke kaders. Het vaststellen daarvan is nodig om te voorkomen dat de eerder gevestigde voorkeursrechten vervallen. Doen we niks, dat verlopen deze en zijn we de regie kwijt. Dat heeft flinke gevolgen.
Het gebruik van het instrument Wet Voorkeursrecht Gemeenten (WVG) hebben we nadrukkelijk in ons bestuursakkoord opgenomen om zo “meters te maken” in de grote vraag naar woningbouw- en bedrijfsgronden. En om zo te voorkomen dat ontwikkelaars, na het bekend worden van plannen, aan de haal gaan met potentiële locaties en daarmee de procedures verlengen en de kosten opdrijven.
De ChristenUnie ziet dat de vraag naar werklocatie er zeker is. We lezen dat ook in het eerder verschenen rapport Stec Groep, ‘Prognose werklocaties Gelderland’. We horen dat van onze lokale ondernemers, we lezen het in het voorstel en in het overzicht wat we hebben ontvangen van de vraag naar lokale bedrijfslocaties. Het ingediende amendement van Christelijk verbond Oldebroek (CVO) (daarom is het voorstel Laagveen behandeld in de raad) om de uit te geven locaties te beperken tot 1 hectare groot, hebben we niet gesteund. Er zijn in regioverband afspraken gemaakt over de grootte van locaties voor nieuwe bedrijfsgronden in de regio. Wel zijn we blij dat de XXL-locaties niet landen in onze gemeente.
De ter inzagelegging van de plannen Laagveen en Broeklanden III is naar verwachting in de 2de helft van 2026. In het 3de kwartaal komen de resultaten van de uitwerking naar de raad voor een integrale afweging. De ChristenUnie fractie zal zich dan, na afweging van alles wat er dan bekend is van de voors en tegens van de locaties, uitspreken of de plannen wat onze fractie betreft door moeten gaan, of niet. Daarna zal er door het college een besluit moeten worden genomen over de te nemen volgende stap.
Omdat wij geloven in een regering die opstaat voor het goede. Die niet gaat voor wat makkelijk of populair is, maar voor wat juist is. Gedreven door ons geloof, bouwen we aan wat standhoudt.
Blijf op de hoogte van ons werk en meld je aan voor de periodieke nieuwsbrief
Dankzij onze leden kunnen wij, landelijk en lokaal, impact maken in de politiek. Doe ook mee!
Wil je ons helpen in de verkiezingscampagne of daarbuiten? Neem contact met ons op en meld je aan als vrijwilliger.