Perspectief voor speeltuintjes

Pasfoto Engbert Jan mei 2010maandag 18 november 2013 19:41

Speeltuintjes kunnen voor een buurt of wijk belangrijk zijn. Dat hangt af van het aantal kinderen dat er gebruik van zal maken, maar evengoed van het belang dat de buurtbewoners er zelf aan hechten. Tot nu toe lag het beheer en onderhoud van deze voorzieningen op het bordje van de gemeente. Een paar jaar geleden gaven echter vijf van de zes partijen in de gemeenteraad aan dat dit niet langer als een kerntaak van de overheid kan worden gezien. De reden daarvoor lag vooral in de krappe financiën, maar ook in veranderende visie op de verhouding samenleving en overheid. Het beleid is er nu op gericht bewoners zelf te betrekken bij het in standhouden ervan. De discussie in de begrotingsvergadering van 14 november ging daarover. De begroting werd overigens unaniem aangenomen.

In het debat was er veel aandacht voor het raadsbesluit om meer taken aan de samenleving over te laten onder de naam ‘Oldebroek voor Mekaar’. De noodzaak daarvoor wordt door alle partijen onderschreven. Ook de sleutelwoorden die de burgemeester noemde, zoals faciliteren, stimuleren en activeren, werden met instemming ontvangen. Specifiek werd er ingegaan op de overdracht van speeltuintjes:  onder welke voorwaarden zou dat kunnen? De fractie van ABO had fors ingestoken en haar hele begrotingsinbreng gefocust op dit onderwerp. Ze kwam met een amendement – gesteund door CDA en VVD - waarin zorgen werden vervat over de uitvoering. Ze wilde vastleggen hoe het precies geregeld zou moeten worden, door de werkgroep geen advies- maar beslisfunctie toe te kennen, en feitelijk ook op voorhand het raadsbesluit terugdraaien.  

Wethouder Carlo van Dijk gaf aan dat er bij de betrokken buurtbewoners veel bereidheid is om taken over te nemen. Maar er is ook nog onzekerheid bij het overnemen van verantwoordelijkheid. Die aarzeling hebben wij als fractie in onze contacten zelf ook geproefd. Er is een werkgroep vanuit de betrokkenen bezig het college te adviseren wat er wel en niet mogelijk is. De werkgroep gaat uit van een aantal varianten zoals het college die ziet binnen het kader van de opdracht van de raad. Maar uiteraard – zo gaf de wethouder aan – zullen de gesprekspartners zelf moeten aangeven wat zij willen en haalbaar achten. Het college komt daarna op basis van het advies van de werkgroep in januari 2014 met een voorstel naar de raad. 

Als fractie van de ChristenUnie vinden we dat dit in de lijn is met de afspraken die we als raad hebben gemaakt in de kerntakendiscussie, namelijk de samenleving raadplegen en vragen het college te adviseren. Maar uiteindelijk zal de raad verantwoordelijkheid moeten nemen door te besluiten. ABO bleef echter ten onrechte volhouden dat de wethouder geen antwoord op haar vragen gaf. Uiteindelijk werd haar amendement omgebouwd tot een motie, wat zou betekenen dat het college de mening van ABO c.s. zou moeten uitvoeren.  Maar onze fractie vindt het niet gepast om nu in het proces dat gaande is weer extra voorwaarden aan het college mee te geven. We hebben er alle vertrouwen in dat het college met een aanvaardbaar voorstel naar de raad zal komen. Daarom hebben we net als de fracties van SGP en PvdA deze motie niet gesteund. 

Wat we jammer vinden is dat ABO een schema hanteert waarin de bevolking duidelijk gemaakt moet worden dat dit college het liefst alle speeltuintjes wil laten verwijderen (wat dus onzin is), maar dat  ABO gelukkig de ’redder’ is. Op de dag na de vergadering schrijft ABO op www.locourant.nl  “De werkgroep met 5 inwoners mag meedenken over drie varianten. Hebben die varianten binnenkort geen voorkeur bij de werkgroep dan is het college van plan alle openbare speeltoestellen en speelplekken te laten verwijderen, aldus het college besluit van 9 juli 2013”. Hier wordt de waarheid duidelijk geweld aangedaan want dit staat niet in het collegebesluit, en is pertinent niet wat de wethouder in de vergadering uitlegde. Laten we het advies en het voorstel van het college afwachten. En in tussentijd als fracties ons niet mengen in de zelfstandige oordeelsvorming van de betrokken mondige buurtbewoners. 

Engbert Jan Ruitenberg

Labels

« Terug